De soep van Wytze

 

door Jan E.M. de Kruiff

 

Zaterdag de 24e januari 2015. Wij waren weer klaar voor een gezellig dagje huisscrabbelen, thuis bij Wytze. Wie in de morgen gebruik moest maken van het openbaar vervoer was slecht af. Winterperikelen legden vooral het treinverkeer plat door ijsafzetting op de bovenleidingen en disfunctionerende wissels. Het oponthoud dreigde zo groot te worden, dat het voor een aantal spelers geen zin had om op pad te gaan. Zo ook ons vaste jurylid Twan Swenker, dus waren de huiskamerspelers op improviseren aangewezen. Maar dat lukte probleemloos. Over het verloop van de twee duplicatescrabblepartijen valt niet zo veel op te merken. Grootmeester Floris van Ouwerkerk was in gezelschap van Esther en Wytze. Hij onderscheidde zich met solozetten als ‘weiman’, ‘kopeken’ en ‘granny’s’’. Mede daardoor won hij de 1e partij. ’s Middags schoof uw verslaggever aan voor de 2e partij en mocht zowaar de partij winnen, dankzij de ultieme combinatie: een soloscrabble voor Jan (‘arkeneel’) en een nulscore voor Floris. Wytze had een dagprijsje beschikbaar gesteld, dat zich met enige moeite laat omschrijven. Het gaat om een chipsbakje (?), dat de vorm had van een coca-colaflesdop (diameter 25 cm), met in het midden een ronde uitsparing, zodat het bakje op de hals van een echte cola-literfles geplaatst kon worden.

Enfin…, door het gering aantal deelnemers hield Wytze een deel van zijn ambachtelijk toebereide kippensoep over. Daar zag Jan wel een mooi avondmaaltje in. Hij plaatste de soep in plastic verpakking, omhuld met een dubbele plastic zak, netjes rechtop in zijn fietstas en legde er de ‘na te controleren’ scorelijsten bij. Jan had vlak voor de aankomst per trein in Utrecht een aangename geur opgemerkt, maar dacht dat hij zich dat verbeeldde. Een langzaam uitdijende vochtplek op de vloer ter hoogte van zijn zitplaats maakte hem langzaam bewust van de werkelijkheid. De schrik sloeg Jan om het hart. Gelukkig waren er weinig medereizigers, maar een ervan fronste de wenkbrauwen. Je kon haar zien denken: “Alweer zo’n incontinentje…?” Inderdaad, toen Jan zijn tas oppakte was het voor een buitenstaander nauwelijks te zien wat de ‘’bron’’ van de vloeistofdruppeltjes was. Hij moest maken, dat hij de trein snel verliet, omdat deze zo weer kon vertrekken… Gelukkig bood een servet uitkomst om de treinvloer voor het uitstappen snel en oppervlakkig te kuisen… De vloer, die toch al bevuild was door het schoeisel van drommen treinreizigers, die de gevolgen van de winterperikelen met zich meedroegen. Toen Jan eenmaal buiten stond en zijn tas opende, werden de gevolgen snel duidelijk. De scorelijsten werkten inmiddels gelijk servetjes…, maar waren bij Jan thuis gelukkig nog behoorlijk goed leesbaar na een opdroogsessie bij de verwarming. Met als aangename bijkomstigheid: geparfumeerd papier (soepgeur). Met de soep zelf liep het minder goed af. Een deel ervan had zich verzameld op de bodem en zich een uitweg verschaft via kleine openingen in de verpakking en de tas. Jan voelde zich opgelaten, zo midden op een perron van een van Nederlands grootste treinstations. En voelde zich beloerd door geamuseerde reizigers, die net ingestapt waren en de situatie herkenden. Ondertussen verzamelde zich een klein plasje ter hoogte van het voeteneind van een besluiteloze Jan.. Hup, niet meer gedraald, alle spullen uit de tas. De inhoud uitschudden boven de spoorrails bij een verlaten nevenperron. Daar vermengde de vloeistof zich met een door winterweer vast geworden substantie, die er al enige tijd gelegen moest hebben (maar ongetwijfeld het gevolg was van menselijke invloeden – toiletgebruik in de trein tijdens het oponthoud op stations, ondanks een verbod…). Het slot van het liedje: de overgebleven soep in de verpakking was niet meer consumabel. Hij vond een roemloos einde in een afvalbak op het perron. De tas kon nog wel mee naar huis: een kwestie van goed uitspoelen en te drogen zetten. Met een bezwaard hart droop Jan af: hij pleegt nooit eten weg te gooien. Maar zie, er zijn altijd weer mensen die profiteren van afvalstromen in onze maatschappij. Toen Jan de roltrap nam, keek hij nog even om. Hij kon nog net zien hoe een sjofel geklede medemens de soepverpakking weer uit de afvalbak haalde. Met dank aan Wytze.